Extra toelichting op stroomschema

A. GEZONDHEIDS- EN HYGIËNEMAATREGELEN

1. Elke controlepost moet

a) zodanig gelegen, ontworpen en geconstrueerd zijn en geëxploiteerd worden dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke ziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen dieren die de controleposten passeren, verspreid worden;

b) zodanig geconstrueerd en uitgerust zijn en geëxploiteerd worden dat er reiniging en ontsmetting plaats kan vinden. Er moet ter plaatse een deugdelijke wasinstallatie voor de vervoermiddelen aanwezig zijn, die onder alle weersomstandigheden moet functioneren;

c) voor en na elk gebruik gereinigd en ontsmet worden volgens de instructies van de officiële dierenarts.

2. De personeelsleden en de uitrusting die met de ondergebrachte dieren, de uitwerpselen of de urine in contact zijn geweest, mogen de betrokken bedrijfsruimten alleen verlaten als zij gereinigd en ontsmet zijn. Met name de voor de controlepost verantwoordelijke persoon moet zorgen voor schoon materiaal en voor beschermende kleding die uitsluitend ter beschikking worden gesteld aan personen die de controlepost binnengaan, en passende voorzieningen ter beschikking stellen waarmee het materieel en de kleding gereinigd en ontsmet kunnen worden.

3. Wanneer een partij dieren een afgesloten ruimte verlaat, moet het strooisel daaruit worden verwijderd en na reiniging en ontsmetting als bepaald in punt 1, onder c), door vers strooisel worden vervangen.

4. Strooisel, uitwerpselen en urine mogen alleen verzameld en van het bedrijf verwijderd worden na een passende behandeling om de verspreiding van dierziektes te voorkomen.

5. Tussen twee passages van partijen dieren moet een passende sanitaire pauze worden ingelast waarvan de lengte, zo nodig, afhangt van de vraag of de dieren uit vergelijkbare regio's, zones of compartimenten komen. Met name moeten controleposten, na een gebruik van ten hoogste 6 dagen nadat zij zijn schoongemaakt en ontsmet en voordat een nieuwe partij dieren aankomt, gedurende ten minste 24 uur volledig vrij van dieren zijn.

6. Alvorens dieren te ontvangen moeten controleposten

a) binnen 24 uur na het vertrek van alle dieren die er overeenkomstig artikel 4, lid 3, van deze verordening werden opgevangen, zijn begonnen met de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden,

b) volledig vrij zijn gebleven van dieren totdat de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden tot tevredenheid van de officiële dierenarts zijn voltooid.";

c) deel B, punt 1, wordt vervangen door:

"1. Naast het bepaalde in de hoofdstukken II en III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005 dat van toepassing is op de vervoermiddelen voor het in- en uitladen van dieren, moet elke controlepost beschikken over de nodige uitrusting en inrichtingen voor het in- en uitladen van dieren in of uit een vervoermiddel. Meer in het bijzonder moeten deze uitrusting en inrichtingen een stroef loopvlak hebben en zo nodig een bescherming aan de zijkanten. De bruggen, vlonders en loopplanken moeten voorzien zijn van zijwanden, relingen of andere inrichtingen die moeten verhinderen dat de dieren eraf vallen. De laadbruggen moeten een zo gering mogelijke helling hebben. Drijfgangen moeten voorzien zijn van vloerbekleding